U bent hier:
7 oktober 2009

De wetenschappers bleken met hun paper de winnaars onder 129 deelnemers. Zij namen de prijs in ontvangst vanwege hun vernieuwend onderzoek over samenwerkingsverbanden tussen organisaties op het vlak van innovatie. De voornaamste conclusie uit hun onderzoek is, dat op de korte termijn de financiële kosten van innovatieve samenwerkingsprojecten groter zijn, dan de financiële baten.
Productinnovatie wordt algemeen erkend als een belangrijke stimulans voor economische groei van bedrijven, regio's en landen. Het ontwikkelen en op de markt brengen van nieuwe producten brengt heel wat investeringen en risico's met zich mee en vereist dikwijls een grote diversiteit aan kennis, kunde en expertise. Bedrijven hanteren daarom meer en meer een open innovatiemodel waarbij gestreefd wordt naar samenwerking met externe partners om tot succesvolle productinnovaties te komen. Het voordeel van dergelijke interorganisationele samenwerking is, dat de risico's over verschillende partners gespreid kunnen worden, terwijl de beschikbare middelen en expertise optimaal gebundeld zijn. De ontwikkeling van de Senseo door Philips en Douwe Egberts is slechts één voorbeeld van succesvolle toepassingen van het open innovatiemodel. Ook de overheid heeft het open innovatiemodel omarmd. In meer dan 80% van de recente innovatiestimulerende maatregelen, die de overheid de afgelopen vijf jaar heeft gelanceerd, is interorganisationele samenwerking een verplichte voorwaarde om in aanmerking te komen voor financiële steun, aldus de Universiteit van Twente.
Open innovatie
De onderzoekers bekeken de samenwerkingsactiviteiten en de financiële prestaties van 305 Belgische industriële bedrijven. Een van de bevindingen was, dat samenwerking met een groter aantal verschillende partners (klanten, leveranciers, concurrenten, universiteiten, consultants, overheid) voor een hogere innovatiekracht zorgt, wat de financiële prestaties van het bedrijf ten goede komt. Tegelijkertijd stelden de onderzoekers vast, dat intensief gebruik van samenwerking met verschillende partners het aandeel van de werknemerskosten in de toegevoegde waarde verhoogd, wat een negatief effect heeft op de financiële prestaties. Op korte termijn blijkt het directe kostenverhogend effect groter, dan het indirecte waardecreërend effect in de samenwerking tussen bedrijven. De onderzoekers komen tot de conclusie, dat het aangaan van een samenwerking met één extra type partner op korte termijn de winstmarge van een bedrijf met 10 % verlaagt. (Dit heeft betrekking op de periode tussen 2002 en 2004.)
Korte en lange termijn
Betekenen deze bevindingen het einde van open innovatie? De onderzoekers denken van niet. De innovatieve en financiële meerwaarde van samenwerkingsinitiatieven uiten zich immers niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijn. De resultaten van de wetenschappers hebben een belangrijke implicatie over hoe bedrijven en de overheid open innovatiemodellen evalueren. Zowel in de publieke als de private sector wil men dikwijls snel de 'resultaten' van samenwerkingsprojecten zien. Op de korte termijn, zijn vooral de kosten zichtbaar, terwijl de baten langer op zich laten wachten. Enig geduld en uithoudingsvermogen lijkt noodzakelijk. Een mooi voorbeeld in dit verband is Philips. In 2001 richtte het bedrijf een Corporate Alliance afdeling op, wat een belangrijke bijdrage leverde aan de open innovatiestrategie van Philips. Echter, in een recent artikel beklemtoont John Bell (ex- directeur Corporate Alliance afdeling), dat het zeven jaar bloed, zweet, tranen en onvoorwaardelijk topmanagement support kostte om tot dit succesverhaal te komen, aldus de Universiteit.
Bron: Universiteit Twente
Samenwerking tussen organisaties
Tijdens de zestiende internationale productinnovatie conferentie deze zomer in Enschede hebben wetenschappers van de Universiteit van Twente en de Universiteit Leuven de Christer Karlsson Best Paper Award 2009 gewonnen.
De wetenschappers bleken met hun paper de winnaars onder 129 deelnemers. Zij namen de prijs in ontvangst vanwege hun vernieuwend onderzoek over samenwerkingsverbanden tussen organisaties op het vlak van innovatie. De voornaamste conclusie uit hun onderzoek is, dat op de korte termijn de financiële kosten van innovatieve samenwerkingsprojecten groter zijn, dan de financiële baten.
Productinnovatie wordt algemeen erkend als een belangrijke stimulans voor economische groei van bedrijven, regio's en landen. Het ontwikkelen en op de markt brengen van nieuwe producten brengt heel wat investeringen en risico's met zich mee en vereist dikwijls een grote diversiteit aan kennis, kunde en expertise. Bedrijven hanteren daarom meer en meer een open innovatiemodel waarbij gestreefd wordt naar samenwerking met externe partners om tot succesvolle productinnovaties te komen. Het voordeel van dergelijke interorganisationele samenwerking is, dat de risico's over verschillende partners gespreid kunnen worden, terwijl de beschikbare middelen en expertise optimaal gebundeld zijn. De ontwikkeling van de Senseo door Philips en Douwe Egberts is slechts één voorbeeld van succesvolle toepassingen van het open innovatiemodel. Ook de overheid heeft het open innovatiemodel omarmd. In meer dan 80% van de recente innovatiestimulerende maatregelen, die de overheid de afgelopen vijf jaar heeft gelanceerd, is interorganisationele samenwerking een verplichte voorwaarde om in aanmerking te komen voor financiële steun, aldus de Universiteit van Twente.
Open innovatie
De onderzoekers bekeken de samenwerkingsactiviteiten en de financiële prestaties van 305 Belgische industriële bedrijven. Een van de bevindingen was, dat samenwerking met een groter aantal verschillende partners (klanten, leveranciers, concurrenten, universiteiten, consultants, overheid) voor een hogere innovatiekracht zorgt, wat de financiële prestaties van het bedrijf ten goede komt. Tegelijkertijd stelden de onderzoekers vast, dat intensief gebruik van samenwerking met verschillende partners het aandeel van de werknemerskosten in de toegevoegde waarde verhoogd, wat een negatief effect heeft op de financiële prestaties. Op korte termijn blijkt het directe kostenverhogend effect groter, dan het indirecte waardecreërend effect in de samenwerking tussen bedrijven. De onderzoekers komen tot de conclusie, dat het aangaan van een samenwerking met één extra type partner op korte termijn de winstmarge van een bedrijf met 10 % verlaagt. (Dit heeft betrekking op de periode tussen 2002 en 2004.)
Korte en lange termijn
Betekenen deze bevindingen het einde van open innovatie? De onderzoekers denken van niet. De innovatieve en financiële meerwaarde van samenwerkingsinitiatieven uiten zich immers niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijn. De resultaten van de wetenschappers hebben een belangrijke implicatie over hoe bedrijven en de overheid open innovatiemodellen evalueren. Zowel in de publieke als de private sector wil men dikwijls snel de 'resultaten' van samenwerkingsprojecten zien. Op de korte termijn, zijn vooral de kosten zichtbaar, terwijl de baten langer op zich laten wachten. Enig geduld en uithoudingsvermogen lijkt noodzakelijk. Een mooi voorbeeld in dit verband is Philips. In 2001 richtte het bedrijf een Corporate Alliance afdeling op, wat een belangrijke bijdrage leverde aan de open innovatiestrategie van Philips. Echter, in een recent artikel beklemtoont John Bell (ex- directeur Corporate Alliance afdeling), dat het zeven jaar bloed, zweet, tranen en onvoorwaardelijk topmanagement support kostte om tot dit succesverhaal te komen, aldus de Universiteit.
Bron: Universiteit Twente
Markeer als favoriet
Bookmark
Email dit artikel
Bekeken: 102
Reactie (0)

Reageer
U moet ingelogd zijn om een reactie te geven. U kunt hier inloggen of hier registreren.
| < Flexibele Delftse schaats in race voor Innovatieprijs | Impressie beleving van metaalplaat > |
|---|
Agenda
Aanmelden nieuwsbrief
Meld u nu aan voor de gratis digitale nieuwsbrief. Blijf maandelijks op de hoogte van actuele ontwikkelingen in de sector.Winkelmandje
Uw mandje is momenteel leeg.
De beleving van hout
Material Design organiseert in samenwerking met Product op 22 september de discussiebijeenkomst:
van 18.00 tot 21.00 bij Centrum Hout, Westeinde 8, 1334 BK in Almere-Buiten.


